Zo baasje, zo hond

(12 januari 2014)

Zo. Hèhè, ik zit… Op een bankje waar 971 op staat gekladderd met zwarte stift. De betekenis is mij onbekend. Op dit eilandje, Île Simon, in de Loire zullen vast geen 971 bankjes staan, maar ik ben te lui om te gaan tellen. Verderop, bij wat mij het meest centrale bankje lijkt, staat een groep mensen, die allemaal vergezeld worden door één of meerdere honden; een Dalmatiër van een vrouw die wel iets weg heeft van Cruella de Vil, een wit met bruine Jack Russel – geen Pukkie dus -, een bordercollie schaapshond, een bruine Page-hond en nog een aantal niet determineerbare rassen. Het klopt wel dat honden het karakter van hun baasje weerspiegelen.

De ‘hoofdman’ is zijn hond kwijt, dus alle baasjes helpen met zoeken. Het lijkt een dagelijks voorkomend probleem te zijn dat er een hond kwijt is. Een systeem van fluitjes – allemaal verschillende deuntjes van op de vingers fluiten – zorgt er al snel voor dat de verdwenen hond aan komt sprinten. Een ander fluitje roept alle baasjes weer bij elkaar. Daar gaan ze weer. De man met het hondje.

Zo, ik blijf nog even zitten. Mijn voeten zijn nog steeds moe en pijnlijk na een lange stadswandeling. Vanochtend ging ik met pap en mam de grote kerk bezichtigen. Imposanter van de buitenkant dan van de binnenkant. Mooi wel dat glas-in-lood. Le Chateau de Tours, volgende bestemming op de wandelroute, is niks vergeleken met de nog te bezoeken kastelen hier in de buurt, waarvan de foto’s in mijn reisgids veelbelovend zijn.

Als ik later om een plastic zakje vraag bij de bakker blijkt maar weer dat ik nog lang niet ingeburgerd ben, ondanks dat ik regelmatig complimentjes krijg over m’n Frans: de schoonmaakster in Résidence Grandmont – mijn nieuwe thuis -, de meneer van de bank die in telegramstijl probeert te achterhalen hoe je mijn achternaam spelt (hij kende niet zoveel Nederlandse achternamen en deze had hij nog nooit gehoord), de jongen van het International Office die tot nu toe als enige het stereotype van de snel mompelende Fransman bevestigt.

Na onze boodschappen bij de bakker en een goede kop koffie– en chocomel voor mij – zijn pap en mam weer op huis aangegaan. Door mij werd de wandeling vol goede moed voortgezet. Via een grote omweg naar het eilandje. Nog een week mag ik de rugzaktoerist uithangen. Ik heb nog steeds die groene. Een nieuwe rugzak is het begin van m’n inburgeringsplan hier. Geen plastic zakjes meer.

Mijn vingers zijn koud. De zon doet zijn best, maar hij is niet echt warm. Zo, ik ga weer verder wandelen.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s